Gepost op

Van Auschwitz naar Hitler – zijn geheime autobiografie – 24 juli 2018

Van Auschwitz naar Hitler – zijn geheime autobiografie

Gerton van Boom, Uitgeverij Verbum, 24 juli 2018

Het is november 2017 en de voorbereidende werkzaamheden voor de herziene uitgave van Auschwitz. Stad, fabriek, vernietigingskamp van Robert Jan van Pelt en Deborah Dwork zijn in volle gang. Eind december, begin januari moet het boek verschijnen. Maar ik krijg Robert Jan niet te pakken; hij moet enkele zaken ophelderen en de laatste drukproef bekijken en goedkeuren. Ik krijg een korte e-mail: ‘Kom naar Madrid en we spreken de zaken door.’ Met enige verbazing neem ik de uitnodiging aan om bij de opening van de tentoonstelling Auschwitz. Not long ago. Not far away aanwezig te zijn. Ik meld me op donderdagmiddag 30 november bij het museum Centro de Exposiciones Arte Canal in de Spaanse hoofdstad op loopafstand van Santiago Bernabéu. Robert Jan loopt gestrest rond maar maakt toch tijd vrij voor een preview en een voorstelronde. Er wordt nog naarstig gewerkt aan de laatste details. Robert Jan heeft de afgelopen drie maanden als chief curator van de tentoonstelling en editor van de catalogus dag en nacht gewerkt aan deze tentoonstelling, samen met zijn vrouw Miriam Greenbaum en de belangeloze Spaanse geldschieter Luis Ferreiro (directeur van Musealia) die zo’n beetje zijn gehele familievermogen in de tentoonstelling heeft gestoken. Ook stelt hij me voor aan de andere experts zoals de curatoren Djamel Zeniti, Paul Salmons en Michael Berenbaum. Er zijn objecten bijeengebracht uit meer dan zestig collecties, museaal en privaat, van instituten als Yad Vashem, United States Holocaust Memorial Museum, Wiener Library, en bovenal het Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau uit Polen. In totaal zijn er 600 originele objecten tentoongesteld. Het wordt een reizende tentoonstelling en de aftrap is in Madrid.

Opvallend aan de tentoonstelling is het gegeven dat de expositie zich niet primair ten doel stelt de bezoekers zich te laten verbazen over gruwelijkheden of hen op hardhandige wijze met de neus op de feiten te drukken, maar dat deze probeert iets duidelijk te maken, iets te leren. Daarnaast wordt de tentoonstelling afgewisseld met hele kleine, zeer persoonlijke items. De afschuw dient zich dan vanzelf aan. Er is een vierluik geconcipieerd, te weten de ontmoeting (met de Russische bevrijders), vóór Auschwitz, Auschwitz en na Auschwitz. De Russen nemen een belangrijke plaats in de tentoonstelling in.

Vooral het gedeelte ‘vóór Auschwitz’ is uitermate informatief over het ontstaan van de Holocaust omdat daarin wordt uitgelegd hoe het antisemitisme zich heeft ontwikkeld en hoe de Joodse gemeenschappen op de opkomst van het antisemitisme reageerden.

Het voordeel van de opzet is dat de bezoeker niet alleen gefrustreerd, boos en verontwaardigd het museum verlaat maar dat hij een en ander in de tijd en in perspectief kan plaatsen. En dat is een knappe prestatie, want de meeste Holocausttentoonstellingen lijken in de eerste plaats een griezeleffect te beogen en verontwaardiging op te willen wekken, misschien niet opzettelijk maar het heeft vaak dit wel als eindresultaat. Boosheid en onbegrip is dan het resultaat. De bezoeker gaat dan naar huis met de gedachte dat het allemaal verschrikkelijk was en dat dit nooit meer mag gebeuren. Daar is niks mis mee, maar dan blijft de tentoonstelling zogezegd halverwege steken, want met verontwaardiging alleen wordt de geschiedenis niet verklaard.

Er zijn een paar goede uitzonderingen op deze regel, zoals het Information Centre naast het Holocaust Memorial in Berlijn. Maar deze tentoonstelling in Madrid hoort ook in die categorie.

*

Overal waar ik kom ga ik op zoek naar Holocaustmusea. Dat is een afwijking van me, noem het beroepsdeformatie. De afgelopen tien jaar heb ik er daarom verscheidene gezien. Het dieptepunt was het Holocaustmuseum in Buenos Aires. Zelfs aan Eichmann was geen aandacht besteed en dat zou je in Argentinië toch wel verwachten.

Een van de hoogtepunten is dus deze tentoonstelling van de Nederlandse Auschwitz- en Holocaustexpert Robert Jan van Pelt. Hij heeft persoonlijke zaken opgenomen en objecten die ik nog nooit heb gezien. En dat komt niet zo vaak voor. Hoogtepunt, wat mij betreft, is een soort ganzenbordspel dat als doel heeft zoveel mogelijk Joden op te pakken en buiten de stadsmuren te zetten. Juden Rauß heet het spel, op de markt gebracht door een commercieel bedrijf (dus niet door de nazi’s), Günther & Co uit Dresden. De spelers zijn pionnen van de Duitse politie. Je gooit met de dobbelstenen en je hoopt op een Joodse winkel of een Joods bedrijf terecht te komen. Dan win je een lelijk Joods poppetje dat je de stad uit gooit. Wie zes Joden de stad uitgewerkt heeft en naar Palestina heeft gestuurd, heeft gewonnen.

Er zijn ook veel Nederlandse elementen aangebracht, zoals foto’s van Philip Mechanicus, de journalist die in Westerbork een dagboek bijhield (In Depot). Ook is het enige in Auschwitz geschreven dagboek tentoongesteld. Het gaat om het dagboek van de arts, gevangene, Eddy de Wind, Eindstation Auschwitz. Het is allemaal te veel om op te noemen. Misschien de enige voorzichtige kanttekening bij de expositie; het is veel. Als je alles goed wilt bestuderen en lezen moet je er meer dan drie uur voor uittrekken en dat zal, vrees ik, voor veel mensen een hele opgave zijn.

Ook heeft Van Pelt onderdelen geïntegreerd van een eerdere tentoonstelling op de Biënnale van Venetië in 2016, The Evidence Room. Voor deze tentoonstelling is een gaskamer deels nagebouwd. In ieder geval werden de gaskolommen opgenomen, waar de nazi’s het Zyklon-B in gooiden.

*

In eerdere blogs heb ik er wel eens over geklaagd dat Nederlandse historici in het internationale debat bijna geheel afwezig zijn. Ze lijken zich te hebben ingegraven in kleine Nederlandse deelstudies die voor het internationale Holocaustdebat minder tot de verbeelding spreken. Maar Van Pelt is daar natuurlijk een grote uitzondering op die overigens met groot gemak in Nederland genegeerd wordt.

Als hij me voorstelt aan Michael Berenbaum, een gezaghebbend historicus op het gebied van de Holocaust, vertelt Berenbaum hoe hij Van Pelt ‘ontdekt’ en geprotegeerd heeft. Tijdens een eerste ontmoeting heeft hij Van Pelt zonder aarzeling in een taxi gezet en naar Londen gestuurd om te adviseren in de zaak van Holocaustontkenner John Irving versus Deborah Lipstadt. Daar is later een boek uit voortgekomen (The Case of Auschwitz. Evidence from the Irving Trial) en de speelfilm Denial. Voor deze opdracht kreeg Van Pelt niet eens de tijd om naar huis te gaan en een koffer in te pakken. Zonder een schone onderbroek vertrekt hij naar Londen. Berenbaum herinnert zich, over schone onderbroeken gesproken, een anekdote over de arrestatie van Eichmann in Argentinië, waarbij hij aanwezig was, zei hij. Deze onverschrokken nazi en Schreibtischmörder was tijdens zijn arrestatie zo bang dat hij zijn broek volscheet. En dus ook geen schone onderbroek meer had.

*

Onder de 600 indrukwekkende artefacten bevindt zich ook een kleine vitrine met een dun groezelig boekje. Het is Adolf Hitler. Sein Leben, seine Reden, 1923 van Adolf-Viktor von Koerber. Het boekje kende ik niet en van de auteur had ik nog nooit gehoord. Ik lees het bijschrift:

‘Een biografie van Hitler, naar zeggen geschreven door Adolf-Viktor von Koerber, een bekende militaire held, gepubliceerd in 1923. Het boek vergeleek Hitler met Jezus en bombardeerde hem tot wegbereider van de Duitse opstanding. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat Hitler het boek zelf had geschreven, hetgeen aantoonde dat hij in staat en bereid was om zichzelf op onbeschaamde wijze te promoten wat leidde tot de Führercultus van de jaren dertig.’

Ik kijk naar Van Pelt en vraag hem of dit echt waar is. Hij lacht en zegt dat dit ongeveer een jaar geleden ontdekt is. Er is dus nog een boek door Adolf Hitler geschreven vóórdat hij Mein Kampf publiceerde! Ik vraag hem waarom dat niet bekend is. Hij lacht naar me en zegt: ‘Het is bekend, alleen is er in Nederland niet veel aandacht aan besteed.’

De volgende dag is de officiële opening met veel hoogwaardigheidsbekleders. Van Pelt en Berenbaum geven samen een rondleiding met een toelichting. Wat een energie en gedrevenheid heeft Van Pelt! Onvermoeibaar neemt hij de bezoeker aan het handje mee door de tentoonstelling. Na afloop praten we nog even na en spreken voor de volgende ochtend af in de lobby van ons hotel AC Cuzco. We maken afspraken over tal van zaken en nieuwe projecten zoals een omvangrijk boek over de commandant van het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau: Dossier Höss. Over twee dagen vliegt hij naar zijn huis in Toronto en zal dan tijdens de vlucht de drukproef van Auschwitz doornemen.

Ik adviseer hem zijn memoires te schrijven. Wat deze man meemaakt is volgens mij uniek. Als er ergens in de wereld gesproken wordt over Auschwitz dan is hij erbij.

Ik vraag hem ook opnieuw naar het boekje van Adolf Hitler. Moeten we dat niet uitgeven? ‘Ja, dat is een goed idee,’ zegt hij. Hij geeft mij het e-mailadres van de ontdekker van het boek, zijn goede vriend Thomas Weber van de Universiteit van Aberdeen. Die ken ik van zijn boek over Adolf Hitler in de Eerste Wereldoorlog, een deskundige dus op het gebied van de Führer. Met een hoofd vol plannen en ideeën en met veelbelovende afspraken in de koffer die de impasse vlot hebben getrokken, vlieg ik weer naar Amsterdam.

Thuis gekomen mail ik Thomas Weber op 11 december 2017. Een dag erna volgt zijn antwoord:

Many thanks for your email. This all sounds really most interesting. I think it is a great idea to issue a translation of the Koerber book ahead of the publication of Mein Kampf in the Netherlands.

Many thanks also for telling me more about your publishing house. For me it would have been sufficient to know that Robert Jan thinks that you are the right publisher for this project. If Robert Jan thinks you are the right publisher you are the right publisher!

Dat horen we natuurlijk graag… In principe wil hij graag meewerken. Hij moet alleen met zijn agent overleggen of zijn medewerking aan dit boek zijn andere in het Nederlands vertaalde boeken niet in de weg zit. Dat blijkt niet het geval te zijn zodat we aan de slag kunnen. Ik begin met nader onderzoek en het nodige leeswerk en koop het meest recente boek van Thomas Weber, Becoming Hitler. The Making of a Nazi (2017), waarin hij een apart hoofdstuk aan het geheime boek van Adolf Hitler wijdt. Al bladerend in het boek kom ik een aanbeveling tegen:

In his briljant Becoming Hitler, Thomas Weber offers an original, well-documented, and enthralling account of how and why of Hitler’s rapid metamorphosis from zero to self-defined hero in the where of 1919 Munich – a city ripped apart by a short civil war and its vengeful aftermath. Becoming Hitler makes us rethink everything we thought we knew about the emergence of Hitler as a political leader.

Robert Jan van Pelt, University of Waterloo, Canada

Ja, nu weten we dus ongeveer hoe de hazen lopen.

*

Op 6 juni 2018 heb ik weer contact met Thomas Weber. Hij heeft het druk gehad, maar in de zomer heeft hij tijd om een inleiding bij de Nederlandse vertaling van Adolf Hitlers geheime eerste autobiografie te schrijven. In de tussentijd wordt het boek vertaald door de onvolprezen Rob Pijpers die onder andere ook het drieluik van Raul Hilberg voor mij heeft vertaald. En zo wordt een nieuw boek geboren. Een boek van Adolf Hitler. Een cruciaal boek.

*

Tien jaar eerder (3 oktober 2008) heb ik een poging ondernomen om Mein Kampf te vertalen en uit te geven, maar dat kwam veel te vroeg. Ik heb toen voor advies contact gezocht met prof. dr. D.J.G. Visser, hoogleraar intellectueel eigendomsrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden en als advocaat verbonden aan Klos, Morel, Vos en Schaap te Amsterdam (thans is hij werkzaam bij Visser, Schaap en Krijger te Amsterdam). Maar de heer Visser heeft geen zin en/of vertrouwt de zaak niet. Hij belt mij op en verwijst me naar strafrechtadvocaten Inez Weski, Jan-Hein Kuijpers of een andere verdediger van zware criminelen. Dat is eerlijk gezegd een ronduit beledigend advies en nog dom ook; alsof deze juristen verstand zouden hebben van auteursrecht. Of dacht hij soms dat hij met een rechts-radicale Holocaustontkenner te maken had die het blazoen van Hitler uit foute nostalgische overwegingen weer wil oppoetsen en feitelijk helemaal niet op zoek is naar een deskundige op het gebied van auteursrecht?

Na mijn eerste contact met Thomas Weber heb ik contact opgenomen met een goede advocaat, Arnout Groen (Hofman Alkema Groen te Amsterdam). Hij heeft een memorandum opgesteld om verschillende auteursrechtelijke zaken uit te zoeken. Een Nederlandse uitgave van een onbekend en geheim gebleven autobiografie van Adolf Hitler samengesteld door Adolf-Viktor von Koerber zou niet tot grote problemen moeten leiden, zoals ook de Nederlandse uitgave van Mein Kampf geen probleem (meer) is. Ik heb Mein Kampf in 2008 niet aangedurfd omdat de uitgave blijkbaar ongewenste reacties oproept en dat wil ik nu ook weer niet. Maar het historische feit blijft overeind staan: zonder Hitler geen Holocaust. Dat schreven we al op de achterkant van Hitlers Jodenhaat van Ralf Georg Reuth. Daarom is alles van en aan Hitler relevant en noodzakelijk om te publiceren. Een verbod is allang niet meer van deze tijd.

Gerton van Boom

uitgever

P.S. Op 25 juli 2018 ontmoet ik Robert Jan van Pelt weer. Op doorreis naar Doetinchem, waar hij zijn oude vader gaat bezoeken (nadat hij elders zijn dementerende moeder al heeft bezocht en voordat hij naar Madrid doorreist) tref ik hem bij de taxistandplaats bij het ‘centraal’ station van Hilversum. We lopen naar de Groest en lunchen bij Rex. We nemen de kroketten met bruin brood. En bestellen twee flessen water om de ergste hittegolf sinds tijden te trotseren. Hij vertelt enthousiast en energiek over de Auschwitz-tentoonstelling in Arte Canal. Het bezoekersaantal overtreft alle verwachtingen. Ruim 400.000 bezoekers hebben de tentoonstelling gezien. De organisatoren verwachten eind dit jaar (de tentoonstelling sluit in januari 2019) het aantal van 600.000 te hebben bereikt.

Er is veel belangstelling voor de tentoonstelling vanuit de hele wereld, met name de Verenigde Staten. De tentoonstelling gaat na Madrid naar New York. Het Museum of Jewish Heritage. A Living Memorial to the Holocaust naast Battery Park in Manhattan, New York heeft belangstelling getoond. Het zeshoekige gebouw (voor elke miljoen slachtoffers een hoek) moet de concurrentie aangaan met het United States Holocaust Memorial Museum in Washington en het Museum of Tolerance in Los Angeles. Het is de puissant rijke Newyorkse onroerendgoedondernemers, die Trump een kleine jongen vinden, en de machtige mannen van de Joodse lobby een doorn in het oog dat het belangrijkste Holocaustmuseum niet in New York staat, waar immers de meeste (en belangrijkste) Joden wonen. De board van het Jewish Heritage heeft Robert Jan van Pelt gevraagd om een sabbatical te nemen van twee jaar en curator te worden van de nieuwe Auschwitz-tentoonstelling in het Jewish Heritage. Daar heeft hij ja op gezegd en nu moet hij zich eerst werpen op het schrijven van een groot koffietafel-achtig boek over de geschiedenis van Auschwitz-Birkenau als een luxe tentoonstellingscatalogus. Tevens moet hij Holocaust-artefacten uit de Joods-orthodoxe kring in de collectie verwerken en een plan maken voor de inpassing van de Madrid-tentoonstelling in het zeshoekige gebouw. Ergens volgend jaar kan de tentoonstelling worden geopend.

Ja, wat moet hij nu met de kroket-etende eenpitsuitgever uit Hilversum? Ik toon natuurlijk begrip voor de situatie en feliciteer hem met zijn succes. Maar het betekent gelukkig niet dat we alle uitgeefplannen helemaal in de ijskast zetten. Het Dossier Höss-boek zal even moeten wachten, maar we kunnen wel werken aan een bundel artikelen. Daarnaast weet ik uit ervaring dat Robert Jan van Pelt een veel- en snelschrijver is. Dat boek voor de koffietafel heeft hij in een handomdraai af. Hij schrijft louter uit zijn fenomenale geheugen.

Ter afscheid geef ik hem een exemplaar van de tweedelige uitgave van Loe de Jong, waar hij heel blij mee is. Krom getrokken door de boeken loopt hij van de Groest naar het station.

Gepost op

Veel valse hoop van Katja Happe – 20 mei 2018

Veel valse hoop van Katja Happe

Gerton van Boom, Uitgeverij Verbum, 20 mei 2018

Twee weken na de boekpresentatie van Jodenvervolging in Nederland van Loe de Jong vertrekken we voor een weekje zon naar Moncarapacho in de Portugese Algarve. Dit is een goed moment om vakliteratuur bij te werken. Een noodzakelijk boek om te lezen is Veel valse hoop. De Jodenvervolging in Nederland 1940-1945 van Katja Happe. Al jaren vraag ik mij af wie het nieuwe overzichtswerk van de Jodenvervolging in Nederland gaat schrijven. Na Herzberg, Presser, De Jong en Moore hebben we dringend behoefte aan een nieuw overzichtswerk waarbij alle recente onderzoeksresultaten en heersende trends en inzichten verwerkt zijn. Het boek van Moore is uit 1997 en De Jong legde de laatste hand aan Het Koninkrijk, waar de Jodenvervolging een onderdeel van was, in 1988. Hij begon in 1967 en heeft de nieuwe literatuur niet stelselmatig bijgehouden en verwerkt. Voorts heb ik altijd de mening gehuldigd dat de Nederlandse Holocausthistoriografie steeds meer tendeerde naar kloeke detailstudies en een welhaast niet te overbruggen reputatie-angst om de grote Loe uit te dagen. Kortom, alle seinen stonden op groen om een nieuw overzichtswerk met open armen te ontvangen. Het verwijt dat eerst een Brit (Bob Moore) en daarna een Duitse (Katja Happe) als laatsten een overzichtswerk van de Nederlandse Jodenvervolging hebben geschreven, schuiven we als een onterecht nationalistische aberratie ter zijde.

*

Katja Happe dus. In de zon zet ik mezelf aan het werk. Ik veeg de zonnebrand van de kaft en begin. Door de recensies in de nrc en de Volkskrant is de toon gezet. Jolande Withuis geeft in de nrc (‘Werk mee en voorkom erger’) de maximale vijf sterren en noemt het een meesterwerk. Ad van Liempt noemt het boek een overtuigende studie die goed leesbaar is gebleven en kent vier sterren toe in de Volkskrant (‘Katja Happe houdt de schaamte op peil’). De neiging is er dus om bij deze bewondering aan te sluiten. Immers, de recensenten hebben een grote reputatie op het terrein van de Tweede Wereldoorlog en zullen verstand van zaken hebben. Maar laten we, met het werk van Loe de Jong fris in het geheugen, een poging doen om het boek inhoudelijk kritisch te benaderen. Wat wordt door de auteur geclaimd en wat mogen we verwachten? De uitgever schrijft op de binnenflap: ‘Veel valse hoop is een nieuw alomvattend boek over het onderwerp. Niet alleen vanuit Nederlands oogpunt, de geschiedenis wordt ook bezien vanuit internationaal perspectief. Dit overzichtswerk zal de komende tientallen jaren het standaardwerk over de vervolging van de Nederlandse Joden zijn.’ Kortom, je moet wel een heel erg jaloerse concullega-uitgever zijn om dit werk te bekritiseren. Maar we gaan het toch doen, duty calls.

Tijdens het mini-symposium ‘De kloof tussen de geschiedschrijvers en hun publiek

– en de mogelijke gevolgen’ van 25 april 2018 geeft Froukje Demant (senior researcher van Nationaal Comité 4 en 5 Mei) aan wat een overzichtswerk kenmerkt: [het bezit -GvB] ‘[…] een ordenend principe, een narratief met een leidende vraag of expliciet geformuleerde of juist impliciete verwachting die niet altijd moreel gestuurd is.’ Ze heeft het over onderliggende, al dan niet morele principes. Een dergelijk ordenend principe zou de analyse van Hans Blom kunnen zijn als hij tracht te verklaren waarom de Jodenvervolging in Nederland mogelijk is geweest. Hij gaf in zijn Cleveringa-lezing aan dat de desastreuze Jodenvervolging deels mogelijk verklaard kan worden door het verschil in preoccupatie met de Jodenvervolging. De bezetters hadden heel veel belangstelling voor de Jodenvervolging en de Nederlandse bevolking heel weinig. (‘Hoe was het mogelijk? De Holocaust in de context van de Tweede Wereldoorlog’, Cleveringa-rede uitgesproken door prof. dr. J.C.H. Blom, Universiteit Leiden, 26 november 2010)

Maar een dergelijk of een ander ordenend principe is niet aanwezig in Veel valse hoop. Op geen enkele wijze wordt de Jodenvervolging verklaard. Hoe was het mogelijk? Waarom is het gebeurd? Waarom wilden de nazi’s met virulente agressie alle Europese Joden uitroeien? Waarom had de Jodenvervolging zo’n hoge prioriteit voor de nazi’s? In welke internationale context moeten we de Nederlandse Jodenvervolging plaatsen? De Nederlandse Holocaust is getalsmatig in het totale complex van de genocide bijna te verwaarlozen; het Nederlandse aantal slachtoffers bedraagt circa 1,7% van het totaal. Dit betekent dat in andere landen en andere regio’s een veel grotere moorddadige inspanning moet zijn geleverd dan in Nederland. Hoe verhoudt zich dan de Nederlandse Holocaust met de internationale? Door de auteur wordt geclaimd dat aan het internationale perspectief nieuwe elementen zijn toegevoegd, maar dat is niet waar, althans datgene wat is toegevoegd zijn onbelangrijke details van pogingen van machteloze instanties die vruchteloos brieven schreven en overleg voerden, met name met een onwillige regering in Londen. Maar de internationale context van de Europese Jodenvervolging (zeg maar het Hilberg- en Friedländer-perspectief) is bijna non-existent in dit boek. Af en toe wordt gemeld dat Seyss-Inquart, Rauter of een andere nazi overleg had met superieuren in Berlijn. We lezen niets over het eliminatie-antisemitisme, niets over Jodenvervolging als carrièremogelijkheid: ‘Den Führer entgegen arbeiten’. Intentionalisme versus functionalisme? Was de Endlösung (daderterm) een vooropgezet plan of heeft het zich geleidelijk aan ontwikkeld? Europa tegen de Joden is een belangrijk thema waar Nederland ook aan meedeed en zelfs koploper was in de bezette West-Europese landen. Kortom, als we nieuwe lezers inzicht willen geven in waarom en hoe de Holocaust in Nederland heeft kunnen plaatsvinden was een samenvattende beschrijving van de internationale Holocaust noodzakelijk geweest en daar zaten we na Herzberg, Presser en De Jong juist op te wachten. De Jong heeft veel meer geschreven over deze internationale context dan Happe.

Op pagina 16 wordt een van de kernvragen van het boek behandeld: Waarom juist uit Nederland zoveel Joden werden gedeporteerd en vermoord, terwijl Nederland niet bekendstond als een ernstig antisemitisch land. Happe geeft vijf verklaringen voor deze Nederlandse paradox, te weten:

  1. Effectiviteit van het Duitse bezettingsregime;
  2. Gezagsgetrouwheid van de Nederlandse bevolking;
  3. Onvermogen van Joden om te zien dat ze gevaar liepen;
  4. Beperkte mogelijkheid om onder te duiken of te vluchten;
  5. Combinatie van bovengenoemde factoren.

Los van de vraag of deze analyse adequaat is en of de belangrijkste historici deze analyse zouden delen (quod non) is het de vraag of hiermee voor iedereen duidelijk verklaard wordt waarom de Holocaust en de Jodenvervolging in Nederland hebben kunnen plaatsvinden. Met de belangrijkste historici bedoel ik onder andere Loe de Jong. Excuses daarvoor. Hij is van mening dat de passiviteit van de Joden in Nederland de passiviteit van de Nederlandse niet-Joodse bevolking heeft bevorderd of in de hand gewerkt. Dat is dus een vijfde verklaring die door Happe genegeerd wordt.

Daarnaast zijn recentelijk vele detailstudies verschenen over de rol van de burgemeesters, de Hoge Raad, de advocaten, de notarissen, de politie, gemeentebesturen (Jodenkaart Amsterdam en erfpacht), de Nederlandse Spoorwegen, beroving door Liro, banken en verzekeraars, makelaars en het bedrijfsleven (bunkerbouwers; een aannemer uit Enschede bouwde mee aan Auschwitz-Monowitz, schimmige vastgoedtransacties), het Rode Kruis en nog vele anderen. Allemaal hebben ze (vaak op grote schaal) gecollaboreerd, meegewerkt om, zogezegd, erger te voorkomen. Alle studies hebben duidelijke conclusies opgeleverd: de Nederlandse staat en zijn niet-Joodse inwoners hebben op grote schaal meegewerkt met de Duitsers en de Joden als collateral damage opgegeven. Deze ongemakkelijke conclusie had door Happe wel herhaald en samengevat mogen worden.

Opvallend is ook dat Happe dit thema (de Nederlandse paradox) in de inleiding aansnijdt maar verder niet systematisch of op een vernieuwende wijze uitdiept. Ze gaat niet nader in op de gezagsgetrouwe houding van de Nederlanders. Wat is dat toch? Geen nieuwe inzichten dus en ook nog gebrekkig! Zou ze als Duitse terughoudend zijn om de Nederlanders de maat te nemen met betrekking tot hun rol in de Holocaust? Ik hoop toch van niet.

Op pagina 19, we zitten nog in de inleiding, schrijft Happe wat we als nieuw mogen verwachten: ‘Maar ook voor hen (de Nederlanders) biedt dit boek, waarin de blik immers ook gericht wordt op de Nederlandse regering en de inspanningen van de internationale Joodse hulporganisaties, nieuwe feiten en inzichten.’ Het spijt me het te moeten zeggen, maar dit is niet waar, althans deze claim wordt door mij niet (wettig) overtuigend bewezen geacht. Ik zou zeggen: het staat bijna allemaal al in Loe de Jongs boeken. Er is niets nieuws onder de zon. De feiten die nieuw zijn kunnen maximaal als ‘feitjes’ worden aangemerkt en bepalen op geen enkele wijze de koers van de Jodenvervolging, het zijn op geen enkele wijze ‘game changers’.

Happe heeft beoogd een overzichtswerk te schrijven in circa 500 bladzijden, terwijl Loe de Jong 2750 bladzijden nodig had en bij hem zijn ook nog hiaten (een internationale oriëntatie op de Holocaust in zijn gehele omvang – zie boven) te ontdekken. Dus dat lijkt een onmogelijke opgave. Je leest op verschillende plekken ook dat het boek eigenlijk niet voor Nederlanders is geschreven maar voor het Duitstalige publiek. Apeldoorn is bijvoorbeeld een provinciestad. Een Nederlander weet natuurlijk wat Apeldoorn is. Dat is niet erg en zelfs begrijpelijk, maar het geeft ook precies aan wat het is, een samenvatting, een opwarmertje voor het grote werk.

*

De auteur heeft veel moeilijke keuzes moeten maken, dat moeten we erkennen, maar sommige knellen echt. Je kan in mijn ogen geen overzichtswerk over de Nederlandse Jodenvervolging schrijven zonder Etty Hillesum te noemen. Ze is er niet geweest, lijkt het, zelfs in de literatuuropgave is ze niet opgenomen. Dat kan niet. Minimaal een citaat van Etty Hillesum van 28 juli 1942 had vermeld mogen worden: ‘Het is natuurlijk nooit meer goed te maken, dat één gedeelte der Joden meehelpt om de overgrote rest weg te transporteren. De geschiedenis zal hier later haar oordeel nog over moeten vellen.’

Ook Weinreb is volledig afwezig. Het is misschien niet het belangrijkste onderwerp, maar Weinreb heeft de gemoederen danig beziggehouden, tot lang na de oorlog.

Ad van Liempt is coulant als hij er geen melding van maakt dat het systeem van kopgeld niet uitvoerig besproken wordt. Dit is mijns inziens een belangrijk onderwerp omdat het ook iets over de Nederlanders zegt. Voor een paar centen hebben veel Nederlanders moeiteloos onschuldige Joden de dood ingejaagd of op zijn minst in een heel lastig parket gebracht.

Ook houdt Happes beschrijving op bij de landsgrens. Loe de Jong schrijft er misschien te uitvoerig over, Happe veel te weinig, eigenlijk niet. Er wordt globaal uitgelegd wat voor soort kampen Auschwitz, Bergen-Belsen en Sobibor waren maar het leven in deze oorden behoort niet tot het bestek van dit overzichtswerk dat ‘de komende tientallen jaren het standaardwerk over de Jodenvervolging in Nederland’ is. De Jodenvervolging in Nederland hield niet op bij de grens, het moorden vond plaats in bezet Polen en Duitsland.

Wat ook karig aan bod komt is het antisemitisme in Nederland na de oorlog. Dat is het op een na meest schrijnende onderwerp van de Nederlandse Holocaust. De kilheid en eng-bureaucratische behandeling van de teruggekeerde Joden is nog steeds een ernstig en indringend leermoment voor Nederland. Het wordt kort behandeld door Happe, maar summier, te summier in mijn ogen. Het gesoebat over belastingen die nabestaanden van Joden die in de kampen vergast zijn hebben moeten betalen, en die tegen een fors opgetrokken muur van ambtelijke (en ook politieke) onwil opliepen. De oorlog na de oorlog is voor de Nederlandse Joden bijna even pijnlijk geweest. Het rapport-Van Kemenade (Tweede Wereldoorlog: Roof en Rechtsherstel. Eindrapport van de Contactgroep Tegoeden WOII, Amsterdam, 12 januari 2000), waarmee een voorlopig (voor met name de slachtoffers) onbevredigend einde kwam aan een vervelende situatie, blijft volledig onbesproken.

Een lijntje naar het ontstaan van Israël had ook getrokken mogen worden. Zonder de Holocaust was het ontstaan van Israël een stuk lastiger geweest en daarmee wierp de Jodenvervolging gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn schaduw over de naoorlogse wereldgeschiedenis, tot op de dag van vandaag. Een begrenzing aan de beschrijving van de gebeurtenissen tot 1945 is verdedigbaar, maar de latere gevolgen kunnen niet geheel onbesproken blijven.

Het boek Dat nooit meer van Chris van der Heijden staat ook niet vermeld in de literatuurlijst. Er zou iets gezegd kunnen worden over de geweldige groei van de belangstelling wereldwijd voor de Holocaust. Het onderwerp lijkt het belangrijkste van de Tweede Wereldoorlog te zijn en heeft deze grotendeels overschaduwd. Iets over het belang van Auschwitz voor de contemporaine politiek?

Ik vrees dat we aan deze lijst van tekortkomingen nog wel een aantal kunnen toevoegen. Je zou verwachten dat alle laatste inzichten verwerkt zouden zijn maar dat is helaas niet helemaal het geval. De Nederlandse Holocaustgeschiedschrijving heeft zich, zoals gezegd, geëvolueerd in de richting van gedegen detailstudies, en dat maakt een nieuw overzichtswerk relevant, maar dan moeten deze detailstudies wel verwerkt worden en daar missen we het een en ander. Met name missen we alle onontbeerlijke conclusies.

*

Een laatste punt waar ik melding van wil maken is de wetenschappelijke distantie. Nergens geeft de auteur haar mening, de lezer moet het helemaal zelf uitzoeken. Er worden geen morele, ethische of feitelijke oordelen gegeven en dat lijkt een grote prestatie (de wetenschap zal dit punt wellicht als positief aanmerken) maar het leest niet lekker, het verhaal blijft hangen. De lezer wordt, zogezegd, niet meer aan de hand meegenomen, terwijl de Holocaust tal van ethische dilemma’s herbergt die het benoemen waard zijn. Naast geschiedschrijving hebben we ook ons gevoel. Volgens Hans Blom zijn deze twee niet helemaal te scheiden. Maar Happe schrijft en de lezer mag of moet zelf maar oordelen. Haar credo luidt: Show, don’t tell. Vaak werkt dit principe goed, maar bij dit onderwerp is het te mager.

Is er dan helemaal niets goed aan het werk van Happe? Jawel natuurlijk, het is een goede, degelijke en goed leesbare (ietwat te afstandelijke) samenvatting, drie sterren van de vijf. Ik wil ook niets afdoen aan de verder lovende woorden van de twee genoemde recensenten, maar de gedroomde opvolger van Loe de Jong is het helaas niet, het is een goede samenvatting van o.a. zijn werk met enkele nieuwe (detail-)accenten, de meeste latere literatuur is grotendeels verwerkt (of beter: vermeld) maar resulteert evenwel niet in een nieuw beeld. Eigenlijk had Loe de Jong het meeste al gezegd. Veel valse hoop is, we melden het eerder, daarmee een goede opwarmer voor het grotere werk. En we verblijven nog steeds in afwachting van een nieuw overzichtswerk dat de nieuwe lezers in staat stelt de Jodenvervolging ook te begrijpen in zijn oorsprong, verbetenheid, nasleep en internationale context. Wie durft?

Gerton van Boom

uitgever

Gepost op

Zijn leven, zijn redevoeringen

Zijn leven, zijn redevoeringen

Inleiding | Thomas Weber

Vertaling | Rob Pijpers

In 1923 werd het Adolf Hitler duidelijk dat hij politiek meer ‘zichtbaar’ moest worden. Buiten eigen besloten kring wist men niet wie Adolf Hitler werkelijk was, wat zijn denkbeelden waren en hoe hij eruit zag. Hij besloot toen een autobiografische schets te maken vergezeld van enkele redevoeringen. In deze schets presenteert hij zich als de architect van de kathedraal Duitsland en als de redder van Duitsland met een vergelijkbare status als Jezus. Het boek wordt de ‘nieuwe bijbel van vandaag’ genoemd. Dat kon hij natuurlijk niet allemaal schaamteloos zelf schrijven. Hij
is, geholpen door generaal Ludendorf, in contact gekomen met zijn dekmantel, de antisemitische conservatief Adolf-Viktor von Koerber. De eerste autobiografie van Adolf Hitler werd zodoende gepubliceerd als biografie van de hand van Von Koerber.
De ontmaskering van Adolf Hitler als feitelijke auteur van de heimelijke autobiografie werpt een nieuw licht op de opkomende politicus Hitler. Professor Thomas Weber, de ontdekker van deze eerste autobiografie van Hitler, legt in zijn inleiding uit hoe hij zijn bewijsmateriaal heeft verzameld en wat de betekenis is van deze prelude van Mein Kampf.

Thomas Weber is hoogleraar Geschiedenis en Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Aberdeen. Hij schreef meerdere boeken over Adolf Hitler, zoals Adolf Hitler en de Eerste Wereldoorlog (2010), Hitlers metamorfose (2016, vertaling van Wie Adolf Hitler zum Nazi wurde) en Becoming Hitler. The Making of a Nazi (2017).

 19.95Boek bestellen

 9.95Boek bestellen

Download of bekijk het inkijkexemplaar

Lees de blog van de uitgever

Lees het artikel op NOS.nl of beluister het radiofragment NPO 1 NOS Journaal

Lees de reactie van Thomas Weber op berichten uit de media