Hoe te schrijven over de terreur van totalitaire regimes, over het leed, de onderdrukking, vervolging en vernietiging die daaruit voortkomen? Hoe komt het dat schrijvers in de nationaalsocialistische concentratie- en vernietigingskampen, ondanks de immense druk en huiveringwekkende omstandigheden, toch besloten te schrijven over hun ervaringen? Kan taal, die onvermijdelijk tekortschiet in de weergave van het verlies en het leed, in literatuur toch ingezet worden om dat verlies zichtbaar en invoelbaar te maken? Het zijn vragen die essayist, literatuurhistoricus en kampoverlever Sem Dresden (1914-2002) zijn leven lang bezighielden, van zijn vroege essays in Maatstaf over literaire getuigen (1959) tot zijn monumentale standaardwerk over kampliteratuur, Vervolging, vernietiging, literatuur (1991). In die tegelijk academische en persoonlijke studie onderzoekt Dresden de mogelijkheden van literaire taal om het trauma van vervolging en vernietiging uit te drukken. Over zijn eigen tijd in kamp Westerbork sprak Dresden weinig en altijd indirect – terwijl hij er wel dagboeken bijhield.
In Schrijven over vernietiging reflecteren onder meer Arnon Grunberg, Ronelda S. Kamfer, H.U. Jessurun d’Oliveira, Sander Bax, Annelies Schulte Nordholt, Bareez Majid en Mia You op de betekenis en relevantie van Dresdens werk. Daarbij komen, behalve vragen over schrijven en de kampen, ook andere verstrekkende vragen aan bod: wat betekent het om over de Holocaust te schrijven in de context van de gruwelen die plaatsvinden in Gaza? En hoe verhouden Dresdens gedachten over oorlogsliteratuur zich tot het koloniale verleden? Bovendien bevat de bundel fragmenten uit Dresdens niet eerder gepubliceerde kampdagboeken.
‘Het onvermogen der gedrukte letters en van taal in het algemeen wordt in woorden gezegd en laat zich ook niet op andere wijze uitdrukken. Gebaren en gelaatsuitdrukking onder andere vormen een geluidloze taal, zoals herinneringen niet alleen uit beelden bestaan maar misschien alleen dank zij woorden mogelijk zijn. Hoe dan ook, taal mag ontoereikend zijn, hij is het enige middel waarover ik beschik, en wel een zo uitstekend middel dat het zelfs in staat is uitdrukking te verlenen aan eigen onvermogen dat het onuitsprekelijke inhoudt. Dat oorlogsliteratuur direct met deze problematiek te maken heeft, is meermalen en ook hier reeds opgemerkt.’
– Sem Dresden, Vervolging, vernietiging, literatuur (1991)
‘The catastrophe of European Jewry has not been incorporated into any compelling framework of meaning’
– Saul Friedländer, Memory, History, and the Extermination of the Jews in Europe (1993)
‘There was no Nazi atrocity – concentration camps, wholesale maiming and murder, defilement of women or ghastly blasphemy of childhood – which Christian civilization or Europa had not long been practicing against colored folks in all parts of the world in the name of and for the defense of a Superior Race born to rule the world.’
– W.E.B. Du Bois, The World and Africa (1947)
Tommy van Avermaete (1990) is essayist en als collectiespecialist verbonden aan de Universiteitsbibliotheek Leiden. Hij publiceerde over Holocaustliteratuur in literaire en historische tijdschriften. Met Fyke Goorden werkt hij aan een biografie van Jacq Vogelaar. Met Yi Fong Au stelde hij Door de schaduwen bestormd (Oevers, 2019) samen, een essaybundel over het oorlogsverleden van Lucebert. Hij is oprichter en redacteur van het literatuurplatform Pas Uit en van kampliteratuur.nl, een online platform gewijd aan geschriften uit en getuigenissen van concentratie- en vernietigingskampen over de hele wereld.
Sander Bax (1977) werkt als hoogleraar Contemporaine Nederlandse literatuur en cultuur in een transnationale dynamiek en als voorzitter van de bachelor- en masteropleidingen Nederlands bij het Leiden University Center for the Arts in Society (lucas).
Goran Bouaziz (2001) is neerlandicus en letterkundige. Hij doceert moderne Nederlandse literatuur aan de Universiteit Leiden, is onderzoeksassistent binnen het project MAPPI-NED. Mapping Archival Papers of Polyglots in the Netherlands through Electronic Databases en werkt aan een proefschrift over maatschappelijk geëngageerde toneelteksten uit de twintigste eeuw. Ook is hij redacteur van het wetenschappelijk tijdschrift Indische Letteren, literatuurplatform Pas Uit en kampliteratuur.nl.
Mart van Duijn (1981) is als conservator westerse handschriften en archieven werkzaam bij de Universitaire Bibliotheken Leiden en in die hoedanigheid onder andere verantwoordelijk voor de hoogleraarsarchieven die daar beheerd worden.
Radna Fabias (1983) is schrijver, dichter en vertaler. Met haar debuutbundel Habitus (2018) won ze alle grote poëzieprijzen in Nederland en België, waaronder de Grote Poëzieprijs en de Herman de Coninck Prijs. Ze vertaalde werk van Nobelprijswinnaar Louise Glück en Warsan Shire. In 2019 werd ze door de Volkskrant uitgeroepen tot literair talent van het jaar. Haar werk is vertaald naar het Engels, Frans, Spaans, Arabisch en Duits.
Arnon Grunberg (1971) is schrijver, essayist en columnist. Zijn boeken zijn veelvuldig bekroond en in meer dan dertig talen vertaald. Begin 2020 publiceerde hij Bij ons in Auschwitz, een bloemlezing van getuigenissen uit het vernietigingskamp. Ook schreef hij talloze inleidingen bij boeken over de nationaalsocialistische concentratie- en vernietigingskampen. Voor zijn oeuvre ontving hij onder andere de Constantijn Huygens-prijs, de Johannes Vermeer Prijs en de P.C. Hooft-prijs.
bram ieven (1979) is essayist, onderzoeker, en muzikant. Met Aafke Romeijn maakte bram de podcasts Monsters in het Bos (2024) en De Afghaanse Hand (2025) voor NPO Luister en de KRO-NCRV. Als onderzoeker en docent is bram verbonden aan het Leiden University Centre for the Arts in Society.
Ronelda S. Kamfer (1984) is een in Zuid-Afrika geboren dichter en romancier. Ze publiceerde vier dichtbundels en een roman. Haar werk is vertaald in het Nederlands, Frans, modern Grieks, Italiaans en Engels. Ze heeft een master in Creative Writing behaald aan Rhodes University.
Bareez Majid (1987) is een Koerdisch-Nederlandse onderzoeker aan de Universiteit Leiden. Haar specialisme ligt in de publieke geschiedenis van genocidaal geweld in Koerdistan, benaderd vanuit een multidirectioneel perspectief. Momenteel werkt Majid aan een Koerdisch gemeenschapsarchief waarbinnen de genocide op het Koerdische volk een centrale plaats inneemt. Dit is een thema dat haar persoonlijk raakt en waarover ze ook publiceert als dichter en essayist.
Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira (1933) is jurist en letterkundige. Hij is emeritus hoogleraar aan de rechtenfaculteiten van de Universiteiten van Amsterdam en Groningen en het Europees Universitair Instituut in Florence. Daarnaast was hij redacteur van Propria Cures, Tirade en Merlyn en voorzitter van het Fonds voor de Letteren. Hij is laureaat van de Dr. Wijnaendts Francken-prijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.
Annelies Schulte Nordholt (1960) doceert Moderne Franse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Zij publiceert regelmatig in binnen- en buitenland over Maurice Blanchot, Marcel Proust, Georges Perec en andere moderne en hedendaagse Franse auteurs. Over Proust verscheen o.a. Le moi créateur dans A la recherche du temps perdu (L’Harmattan, 2002). Over de Frans-joodse literatuur van na de oorlog verscheen Perec, Modiano, Raczymow. La génération d’après et la mémoire de la Shoah (Rodopi, 2008). Momenteel gaat haar onderzoek over literaire representaties van de stedelijke ruimte in de naoorlogse Franse literatuur, in het bijzonder bij Georges Perec, waarover zij publiceerde Georges Perec et ses lieux de mémoire. Le projet de Lieux (Brill, 2022).
Paul J. Smith (1953) is emeritus hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij publiceert over de Franse literatuur van de zestiende en zeventiende eeuw (Rabelais, Montaigne, Du Bartas, Molière, La Fontaine) en de receptie van deze auteurs in en buiten Frankrijk, met name in Nederland. Ook doet hij onderzoek naar de vroegmoderne natuurlijke historie in internationaal en cultuurhistorisch perspectief. Zijn laatstverschenen boek is getiteld Animals in Eden. The Fall of Man in the Early Modern Art and Literature of Germany and the Low Countries (Leiden-Boston 2025).
Evert van der Starre (1935-2004) was hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over Raymond Queneau, Marguerite Yourcenar en Simon Vestdijk. In 1966 promoveerde hij onder Sem Dresden op het proefschrift Racine et le théâtre de l’ambiguïté. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde schreef hij na het overlijden van Dresden een levensbericht, dat in deze bundel is opgenomen.
Mia You (1980) werd geboren in Seoul, groeide op in Noord-Californië, en woont nu in Utrecht. Ze publiceerde de dichtbundels Festival (Belladonna, 2025; Uitgeverij Chaos, 2024) en I, Too, Dislike it (1913 Press, 2016) en de chapbooks Rouse the Ruse and the Rush (Nion Editions, 2023) en Objective Practice (Achiote Press, 2007). Haar gedichten verschenen in Poetry Magazine, de Boston Review, NY, De Gids, Nioques en de PEN Poetry Series. Andere publicaties van haar verschenen in Artforum, Los Angeles Review of Books, en de European Review of Books. Ze doceert Engelstalige literatuur aan de Universiteit Utrecht en aan de opleiding Critical Studies van het Sandberg Instituut. Haar driejarig onderzoeksproject ‘Poetry in the Age of Global English’ is gefinancierd door het NWO.