Gepost op

Ontmoetingen in de hel

Ontmoetingen in de hel

Auschwitz – Groß Rosen

Hanna Hammelburg-de Beer

‘Ik heb het dus overleefd. Dat heeft te maken met de wonderlijke ontmoetingen die ik daar in die hel heb gehad. Ontmoetingen die toch gevoel brachten in een onzegbaar koude wereld, waarin iedereen dagelijks met de dood werd bedreigd. Waar de samenleving, waaruit niemand mocht terugkeren, voortdurend beheerst werd door een perfecte vernietigings-organisatie.

‘Luister naar het toeval, en toch weer niet helemaal toeval, dat ik in leven bleef’

Hanna de Beer was student medicijnen toen zij met haar ouders naar Westerbork en verder naar Auschwitz-Birkenau werd gedeporteerd. Haar vader en moeder zijn niet teruggekomen. Hanna heeft de concentratie- en vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Groß Rosen overleefd door geluk en innerlijke kracht. Bijzondere ontmoetingen hebben Hanna gesterkt in haar overlevingsdrang.

Ontmoetingen in de hel is een intiem boek. Het beschrijft niet de verschrikkingen van Auschwitz-Birkenau, het is een boek van lotgenoten en menselijke warmte in de kilte van het vernietigingskamp.

 9.50Boek bestellen

Gepost op

Leven met de dood

Leven met de dood

Een vrouw overleeft Birkenau

Olga Lengyel

De Hongaarse arts Olga Lengyel heeft acht maanden gevangen gezeten in het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Bij aankomst werden haar kinderen en beide ouders vergast. Haar man werd tijdens de dodenmars door de SS geëxecuteerd. Lengyel is erin geslaagd zich aan het broze kampleven vast te klampen.

‘Ze verwachten het ergste – maar niet het ondenkbare.’
(Charlotte Delbo)

Olga Lengyel schreef haar verslag al in 1947. Het boek behoort daarmee tot de eerste kampverhalen. Ze schreef om te getuigen van de gruwelen in Birkenau en de massamoord die zich daar voltrokken heeft. Een realistischer getuigenis is niet denkbaar. Zestig jaar na dato is het nog steeds pijnlijk dit boek te lezen en moeilijk de menselijke factor in de kampen te doorgronden.

Leven met de dood is een holocaust klassieker, waartoe bijvoorbeeld ook Primo Levi’s Is dit een mens behoort. Primo Levi probeert afstand te nemen, is filosofisch en poëtisch, terwijl Olga Lengyel meer beschrijvend en beschouwend is. Olga Lengyel is schuldbewust en velt een hard moreel oordeel.

Het boek is voorzien van een uitgebreide historische inleiding en illustraties van ex-gevangene Jan Komski.

 22.50Boek bestellen

Gepost op

Het Auschwitz Album

Het Auschwitz Album

Reportage van een transport

I. Gutman, B. Gutterman (red.)

Het Auschwitz Album is een unieke fotoreportage van een transport van Hongaarse joden naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau in mei 1944. De aankomst, selectie, confiscatie van eigendommen en de voorbereiding voor de fysieke vernietiging zijn tot in detail vastgelegd. Het transport was afkomstig uit Beregowo, Tacovo en Bilke uit Karpato-Roethenie, het gebergte in het Noordoosten van Hongarije. Ongeveer 3.500 joden kwamen na een tocht van twee dagen aan in Birkenau. Ze wisten niet wat er met hen ging gebeuren. Ze ondergingen lijdzaam de procedures die zouden leiden tot hun dood in de gaskamers van Birkenau.

Hoe Het Auschwitz Album is gevonden en bewaard gebleven is ook een opmerkelijk verhaal. De achttienjarige Lili Jacob was afkomstig uit dit transport. Tijdens de selectie op het perron werd ze van haar ouders gescheiden en werd ze bij de arbeidsgeschikten ingedeeld. De rest van haar familie werd vergast. Lili werd later overgeplaatst naar een satellietkamp van Gross-Rosen en vervolgens naar Dora-Mittelbau. Besmet met typhus werd ze bevrijd door de Amerikanen. Op zoek naar warme kleren vond ze het album in de verlaten SS-barakken. Toen ze het album opensloeg zag ze haar familie en zichzelf op enkele foto’s. Het waren foto’s van het transport waarmee zij en haar familie naar Birkenau waren gedeporteerd.

Lili Jacob heeft dit waardevolle fotoalbum geschonken aan Yad Vashem, The Holocaust Martyrs’ and Heroes’ Remembrance Authority in Jeruzalem. Het Auschwitz Album wordt ingeleid door deskundigen van het Auschwitz-Birkenau State Museum in Oswiecim (Polen) en Yad Vashem.

Lees het artikel van Kleio over lesgeven met Het Auschwitz Album hier.

 24.50Boek bestellen

Gepost op

Holocaust

Holocaust

Massale moord op de Europese joden

Dieter Pohl

De systematische en industriële uitroeiing van de Europese joden is een van de meest onthutsende hoofdstukken uit de geschiedenis van de mensheid. Met voorbedachten rade en op gewelddadige wijze zijn vijf á zes miljoen joden in slechts enkele jaren vermoord. Hoe konden de honderdduizenden Duitsers en hun handlangers relatief ongestoord hun gang gaan? Slechts enkele niet-joden hebben zich het lot van de joodse minderheid aangetrokken. Velen keken uit angst een andere kant op.

De geschiedenis van de holocaust wordt vaak geassocieerd met het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau en de gaskamers. Maar de Endlösung heeft meer aspecten: het stelselmatig administratief en juridisch degraderen en dehumaniseren van joden, het beroven van bezittingen, het exploiteren als slaven, het laten verhongeren en verkommeren in de getto’s, de onbeschaamde en openlijke executies van de SS-Einsatzgruppen, de gaswagens, de onmenselijke concentratiekampen, de vernietigingskampen, het sadistische geweld en de brute moorden. Joden waren vogelvrij!

Er is veel geschreven over de jodenvervolging en de antwoorden zullen altijd onbevredigend zijn. Dieter Pohl is erin geslaagd dit omvangrijke onderwerp bondig en op heldere wijze te beschrijven. Op erudiete en compacte wijze stelt Pohl alle thema’s van de shoah aan de orde. Holocaust is een ideale inleiding in de complexe geschiedenis van de jodenvervolging, gebaseerd op de meest recente geschiedschrijving.

Dr. Dieter Pohl is wetenschappelijk medewerker aan het Institut für Zeitgeschichte in München. Hij heeft vele publicaties over de holocaust en de terreur van de SS op zijn naam staan.

 17.50Boek bestellen

Gepost op

Lorem ipsum

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Gepost op

Brief aan de Volkskrant – 29 februari 2016

Brief aan de Volkskrant

Geachte heer Van Walsum, Beste Sander,

U heeft mij een slechte kerst bezorgd. Ik was knock-out. Helemaal van de kaart. U heeft mij ontmaskerd als een nutteloze producent van waardeloos bedrukt papier waar niemand op zit te wachten. Misschien heb ik mij wel strafbaar gemaakt aan een milieudelict? Vieze inkt gebruikt en kostbaar papier verspilt? Wie zal het zeggen? Het heeft even geduurd voordat ik weer enigszins bij mijn positieven was en u deze reactie kon sturen. Ik ben er weer!

Waar gaat het om?

Op 24 december 2015 heeft u in De Volkskrant een artikel geschreven met de titel: ‘Er wordt te veel geschreven over de oorlog’. U schrijft: ‘Ook na zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog verschijnen er nog volop boeken over die tijd. Te vaak is dat meer van hetzelfde.’ Mijn eerste reactie was natuurlijk een van verontwaardiging, maar na enige dagen van overpeinzing kwam ik tot de conclusie dat u gelijk heeft. Ik ben schuldig, ik beken, mea culpa.

Ik ben dan wel niet de auteur die een nutteloos boek heeft geschreven maar een uitgever die de schampere illusie heeft dat hij nog wat kan bijdragen aan het historisch debat of aan de geschiedschrijving. Wat een arrogantie van mij! Wat een kolossale misrekening van mij! Ik bied u hiervoor mijn oprechte excuses aan.

Laat ik mezelf even voorstellen. Dat leest voor u misschien wat makkelijker. Ik ben Gerton van Boom en uitgever-eigenaar van Uitgeverij Verbum. Ik geef sinds 2005 met name boeken uit in de reeks Verbum Holocaust Bibliotheek. In tien jaar tijd heb ik meer dan veertig boeken uitgegeven, dus gemiddeld vier per jaar. Waarschijnlijk kent u de uitgeverij en deze boeken niet. Dat is alvast het eerste bewijs van uw stelling, zult u denken. Ook daar heeft u gelijk in. Touché!

Ik ben het dus helemaal met u eens, of toch ook weer niet helemaal. U heeft getracht een evenwichtig artikel te schrijven, hoewel u spreekt van het ‘Gij zult herdenken-gebod’ als een hedendaagse bezweringsformule. Het lijkt erop dat u het een beetje zat bent. U heeft het nu wel gezien, toch. Maar u bijt nog niet door. Bang waarschijnlijk dat u de geveinsde verontwaardiging over u heen krijgt. U maakt vervolgens een uitstapje naar onze masochistische buren die zichzelf maar als een ‘volk van daders’ blijven neerzetten. Vervolgens concludeert u dat wij er ook wat van kunnen met al onze oorlogsmonumenten van na 2000 en getuige de ongebreidelde boekenstroom die onterecht als een essentiële aanvulling op de bestaande geschiedschrijving wordt gepresenteerd. U blijft netjes en vraagt zich af of een deel van deze boeken wel iets toevoegt aan ‘dit genre’. Is veel niet onderhand te veel geworden? Goede vraag. En wat is het antwoord? Wat is de analyse? Ja, het is te veel van hetzelfde. Het déjà vu-gevoel dringt zich vaak op. Arjeh Kalmann, de auteur van Leef gelukkig, huldigt een discutabele opvatting dat elk egodocument van elke getuige van de oorlog per definitie belangwekkend is. Ja, u bijt nu wel een beetje meer door. De scherpe tandjes beginnen pijn te doen. U eist dat elk boek over de oorlog iets nieuws toevoegt en in ieder geval u niet een déjà vu-gevoel geeft. Het huidige aanbod dringt dat gevoel onwillekeurig op. Gelukkig geeft u ook enige guidance voor de goede boeken. Dat is wel prettig. Als nieuwe bronnen aangeboord worden kan het misschien wel goed komen, maar dat alleen is niet voldoende. Het gaat om de kwaliteit van de boeken. En u weet het: goede boeken zijn schaars en al die slechte boeken vergroten de kennis van de oorlog niet en maken ons niet ontvankelijker voor de vredesboodschap die aan de oorlog verbonden wordt. Boem! Knock-out!

U heeft gelijk! Dat meen ik oprecht. Ik heb het daarbij niet over andere, maar over de boeken die ik uitgeef. Ik heb altijd een gehandeld als de sukkel Arjeh Kalmann. Elke getuigenis verdient een voetstuk. Maar eerst nog even wat anders: Hoe komt dat toch? Dat er nog steeds zo veel, of zelfs wel steeds meer boeken over de Tweede Wereldoorlog geschreven en uitgebracht worden? U stelt deze wezenlijke vraag niet! Waarom stelt u deze vraag niet? Is er geen economische realiteit waarbij de vraag een bepaald aanbod oproept? Of bent u van mening dat dit onderwerp u aanbodgedreven wordt opgedrongen? De afnemende historische sensitiviteit, waar u het over heeft, werkt tot nu toe niet bij de Tweede Wereldoorlog. Is het niet interessant om deze vraag te stellen? Zou dat geen nieuw inzicht geven? We krijgen niet meer begrip voor de daders van de Holocaust. Integendeel, onze verontwaardiging groeit nog steeds. Het aantal bezoekers van Herinneringscentrum Kamp Westerbork en Nationaal Monument Kamp Vught neemt elk jaar toe. Holocaust Memorial Day op 27 januari wint jaarlijks aan belang. Het Nederlands Auschwitz Comité heeft het initiatief genomen om een indrukwekkende namenwand in het Wertheimpark te bouwen waar jaarlijks honderdduizenden bezoekers de slachtoffers van de Holocaust kunnen herdenken. Er komt om de hoek een nieuw Holocaust museum tegenover de Hollandse Schouwburg in de voormalige crèche van waaruit veel slachtoffertjes gered zijn. Het wordt al de Holocaust-driehoek genoemd (Wertheimpark, Hollandsche Schouwburg, Verzetsmuseum). Het Anne Frankhuis kan de immense stroom bezoekers bijna niet meer aan. We struikelen overal in het land over de Stolpersteine. Wat is er toch met ons aan de hand? Waarom willen wij deze masochistische zelfconfrontatie intensiveren? Waarom stelt u deze vraag niet? Stelt u wel de goede vragen? Wilt u wel de goede vragen stellen?

Maar goed, u heeft wel gelijk. Er verschijnen veel boeken die de loop van geschiedschrijving niet zullen veranderen. Zo heb ik enkele weken geleden het boek Over leven van Ernst Verduin uitgegeven. Deel 41 van de reeks. Voorwoord van Gerdi Verbeet, natuurlijk. Die kende Ernst van de herdenking in Auschwitz-Birkenau, waar Ernst de koning en de koningin heeft rondgeleid en minister-president Rutte nog wat geschiedenisles gegeven heeft. De boekpresentatie was op zijn oude school, Het Baarnsch Lyceum, meer dan 250 man. De aula puilde uit. Iets nieuws? Nee, ik denk het niet. Gewoon verraden, opgepakt, Vught, Westerbork, Auschwitz-Monowitz, Buchenwald en daarna weer lekker naar huis. Ja, wel alles kwijt. Alleen zijn moeder kwam nog terug uit Ravensbrück via Zweden. Hij heeft de oorlog overleefd, maar hoe overleefde hij de oorlog? Geeuw! Déjà vu. U heeft gelijk. Ernst Verduin vertelt al twintig jaar in alle klaslokalen in Nederland hoe het in de oorlog ging. Veel aanvragen voor een lezing kan hij niet meer aan. Niet omdat hij te oud is geworden (nu 88), maar omdat het er te veel worden.

Wat moet ik nou zeggen als Ernst Verduin of een medeslachtoffers aan mij vraagt of ik zijn levensverhaal wil uitgeven? Nee, mijnheer Verduin, dat doe ik niet, de heer Van Walsum wordt er moe van. Hij heeft al een keer zo’n boek van iemand als u gelezen. U bent niet echt boeiend. U bent geen nieuwe bron, u bent oude wijn, misschien nog wel in een nieuwe zak, maar dat is onvoldoende voor de heer Van Walsum. Ja, ik weet dat veel mensen uw verhaal verschrikkelijk vinden en dat het heel knap is van u, hoe u zich door de kampen en de rest van u leven geworsteld heeft, maar dat rechtvaardigt nog geen platform. Dat rechtvaardigt al helemaal geen boek, mijnheer Verduin. Nee, ook al die overleden onschuldige slachtoffers niet. Gaat u rustig in een bejaardenhuis zitten en laat de geschiedenis aan de nieuwe bronnenonderzoekers over. Wij bedanken u voor uw komst!

Mijn excuses, mijnheer Van Walsum, dat was lullig van mij. Dat had ik allemaal niet moeten schrijven. Ik weet heel goed dat u het goed bedoeld heeft. U wilde een discussie starten. Als roeptoetertje ergens aan een belletje trekken, hard weg rennen en kijken wat er gebeurt.

Als ik met mensen als Ernst Verduin spreek, dan moet ik altijd aan het essay ‘Wrok’ van Jean Améry denken. Hij schrijft dat slachtoffers de taak hebben de wond open te houden om ervan verzekerd te zijn dat de daders de afgrondelijke waarheid van hun daden onder ogen zien en erkennen. Alleen die erkenning kan hem terugbrengen in de samenleving die de vervolging met zich heeft meegebracht. Alleen die erkenning maakt een met anderen gedeelde wereld mogelijk (zie Colet van de Ven, Het kwaad en ik, pagina 192).

Ja, ik vrees dat deel 42 er ook gaat komen.

Met vriendelijke groet,

Gerton van Boom